-A A +A

Komende IVV Evenementen

Er zijn geen aanstaande activiteiten.

Op zoek naar een Volksdansbal in Vlaanderen of Brussel ?

Neem een kijkje op . Altijd op de hoogte blijven kan via Twitter: !

Bezoek ook even onze facebook-pagina: http://www.facebook.com/InstVlaVolk

VOLKSGEBRUIKEN - Niet zomaar een etentje en wat gaan drinken. Neen, we gaan teren!

Niet zomaar een etentje en wat gaan drinken,

neen, we gaan teren!

Ben je bij de fanfare, een zangkoor, de brandweer, een broederschap of
een gilde? Iets hebben deze verenigingen allemaal gemeen: ze hebben een
of meerdere teerfeesten in het jaar, meestal rond de feestdag van hun
beschermheilige. Zo kan je rond Sint-Cecilia, tenminste bij ons in de
buurt, geen enkele zaal of zaaltje meer huren. De traiteur is al lang
aangesproken of de potten en pannen worden bovengehaald en enkele leden
en sympathisanten gaan druk in de weer om de andere leden op een lekkere
maaltijd te vergasten. Het zal er ook niet ontbreken aan de nodige
drank om al dat eten en alle gesprekken door te spoelen.

Waar komt dit gebruik vandaan?

Moeilijk te zeggen, want het komt uit een periode waarover heel weinig
geschriften bestaan. We weten wel dat de gilden, zowel de ambachtsgilden
als de schuttersgilden al van in de 13de eeuw teren in hun statuten
hebben ingeschreven. Deze teerfeesten waren zeer streng gereglementeerd.
Toch wijzen verschillende schrijvers er ons op dat teren wel eens een
veel oudere oorsprong zou kunnen hebben. Sommigen wijzen naar de
mannenbonden, die meestal aan een godheid waren opgedragen, die het
teren gebruikten om alle leden bij elkaar te krijgen en dan nieuwe leden
in de groep op te nemen. Na enkele riten werd er voedsel en
voornamelijk drank aangevoerd om de leden te plezieren. Na de
christianisering van onze gewesten (4de eeuw NC) werden de oude
mannenbonden omgevormd. De oude godheid werd vervangen door een
patroonheilige. Meerdere geschiedschrijvers leggen hier het ontstaan van
de gilden.

Maar het waren niet alleen de gilden die teerden. De kerk en de
gemeentelijke verantwoordelijken profiteerden van elke gelegenheid om op
de kosten van de gemeenschap zich te goed te doen aan eten en drinken.
Merk op dat de kostprijs van dit teerfeest bijna de jaarwedde van de
plaatselijke schoolmeester is: uittreksel uit de gasthuysrekening van
1607 met als gasthuismeester Goospen Vermayen in ”het manuaal van
Amandus Aerts”:

Verteirt st cathlijnsdagh 19 gls 13 st

Hr Henri voor sijnen dienst 20 gls

Wittebroodt der scholieren 36 stuyv

Den schoolmeester Adriaen Hulsmans 25 gls

Uiteindelijk hebben onze landvoogden Albrecht en Isabelle dit aan banden
gelegd. Het teren werd vervangen door een vaste vergoeding als blijkt
uit bijgaande decreet van 1745 uit ”het manuaal van Amandus Aerts”:

Datter nu toecomende geene teiringen meer en sullen geschieden tot laste
van de kercke ofte armen, maer salmen vermogen te geven voor bijde de
rekeningen aen den Landtdeken. Hier wort betaelt voor het passeren der
rekeninge soo van de kerck als der armen elck 24 st vande welcke wort
betaelt het bier etc den cost gedeijlt onder den drossaert, secretaris
en Schepenen soo is van outs her gebruyck. Den Landtdeken en wort hier
niet geroepen noch in visitatione ecclesiae wort hem voer het oversien
der rekeninge vanden armen niets betaelt ingevolge het placcaet van
Albertus ende Isabelle in het cleyne placcaetboeck-saken.hij heeft het
gepretendeert ende heeft het eens ontfangen, maer is hem daer naer
gewijgert.

De gilden teerden verder


Wat we zeker weten uit de kaarten (=reglementen) van de gilden is dat de
nieuwe leden hun eed aflegden tijdens de teerfeesten. Er was heel wat
gereglementeerd over het doen en laten tijdens dit feest. In vele gilden
vindt je gelijkaardige punten. Zo moest te Westerlo, volgens de kaart
van 1596, de deken (later vervangen door de gildemoeder) zorgen voor
eten en drinken op de teerfeesten. Zo ook mocht niemand zich aan de
tafel zetten vooraleer de wet (het gildebestuur) gezeten was. Wie ziek
was kreeg zijn eten thuis gebracht en er was zelfs bepaald hoeveel de
deken en oudermannen mochten besteden voor hun behoeften als ze inkopen
gingen doen. De gildeleden waren verplicht deel te nemen aan het
teerfeest dat steeds voorafgegaan werd door een eveneens verplichte mis
voor de overleden gildebroeders. Ook waren de broeders verplicht mee te
gaan in de processie van Sacramentsdag: de zomerteerdag.

Item, soo sal den Deken mette Geswooren schuldich wesen te besorgen cost
ende dranck op Sacraments dach, ende des anderen dachs daer naer, op
Ste Sebastiaensdach, ende des anderen daechs daer naer, op welcke dagen,
vuijtgesondert des anderen daechs naer Sacraments dach, ende des
anderen dachs naer Ste Bastiaens dach, elck een Guldebruer sal gehouden
sijn te compareren, vuytgenomen oock nochtans de colffdagen, oft sal
niettemin niettegenstaende sijne non comparitie ten voors. twee dagen
gehouden sijn voor sijn hoot te betalen cost ende dranck, tsij oft hij
daer is oft niet, maer mach in sulcken gevalle oock een ander in sijn
stede seijnden. Ende soo iemant in gebreecke ware (vuijtgesteecken alle
nootsaecken) sal boven het voors. gelach noch verbueren de pene van twee
stuijvers.

Item, soo wie voir den Hootman, Coninck, Deken ende Geswooren aldaer
present wesende, ginck sitten ter taeffelen, sal verbueren telcker
reijsen contrarie doende vier stuijvers.

Item is geordoneert, als eenigen Guldebruer sieck oft cranck is, dat hij
inde vergaderinge niet en costs gecomen, dat men hem sijn portie sal
thuijs seijnden.

Item, als den Deecken ende geswooren den cost sullen coopen voor de
costdagen hier voorgenoemt, sullen alsdan mogen verteeren tot gemeijnen
laste thien stuijvers.

In andere gilden vindt je gelijkaardige reglementeringen.

Dat het er tijdens de teerfeesten stevig tegen aan ging kan je lezen in
een stuk uit het gildeboek van de Sint Sebastiaansgilde van Leuven over
een zomerteerfeest uit 1638.

JoR( =jonker) Aert van Eynatten, JoR Jan Havens, JoR Philips van
Eynatten, Jor Nicolaes van Cranenvelt, JoR Lambrecht vander Hulst , ende
Heer ende Meester Adriaen vande Zande, griffier der selver Gulde, ende
alsoe ynt schieten vande vogel veel pylen gestoelen worde van eenige
onbeleefde persoonen soe heeft den heer Meyer ondertusschen dat hy niet
en schoot met de Over-Borgemeester grooten arbeyt gedaen in ordre
stellen dat men geen pylen meer en zoude stelen en hebben de pylen
zelver gaede geslaen, ende alsoe die eysere roede die boven gehaekt was
waerop den vogel vast gemaeckt was in een coopere viercantige buyse, ynt
riechten vande wippe met swacken ewat crom was geworden soe heeft dat
veroirsaeckt dat het ontrent acht uren ynden avent was ier den vogel
cost aff geschooten worden by Mr Jan de Paep, Onder Coninckstabel. Den
vogel affgeschooten zynde heeft men getelt over de dertich
putte-scheuten die den vogel onder gehadt heeft, het hooft ende steerte
was oyck aff geschooten hoe wel den vogel van een stuck nooteleeren hout
gesneden was tot verwoonderinge van eenenyegelyck dat eenen pyl vanden
hantboge soe veel geweelt cost doen, den Over-Coninck-stabel dede aende
nieuwen Coninck de broeck aen, ende dat gedaen zynde trock die Gulde
naer die Camer die zy in hunnen Schiethoff hebben, alwaer eenen
aventmael van visch beriedt was voer de heel Gulde, den dach daer naer
wesende Sondach wasser eenen treffelycken noenmaeltyt beriedt gemaeckt
byde dekens Geert de Vleeshouwer ende Pieter Crols voer mans ende
vrouwen. Ende d’ongehoude mochten hun vryerssen in plaetse van een
huysvrouwe mede bringen. Dese fieste duerde vyff daghen ende costen
ontrent elff hondert guldens, op d’eynde vande yerste maeltijt worde
geschonken tot den wyn byde heeren Meyer, Borgemeesteren ende die vande
Overregiment van Gulde hondert patacons, desen maeltyt worde gehouden
(om dat schoon ende waerm weder was) ynden Schuttershoff tusschen twee
bergen nevens d’oude vesten vande Stadt, hebbende yerst vande boomen
doen aff schudden alle vuylicheyt. T’hooft vande tafel was naerden
Noorden ende lancx de boomen waeren tapyten gehangen soe verre als de
heeren moesten sitten. Heer Henrick Haulthomme, proost vande Gulde,
seyde den benedicite. De GuldeBroeders saeten elck met hunne huysvrouwe
gelyck zy oudt van eede waeren. Dese fieste worde met groot respect ende
stille gehouden ende alsdoen was verboden dat nyemant vanden compaignie
en mocht tot dese maeltyt medebringen knechten, meyskens oft kinderen
ten waere dat die noch sogen aende borsten. Maer de heeren hadden elck
hunne knechten. De dekens waeren de hooftmeesters ende de knapen vanden
Gulde met hunne vrouwen ende eenen tafel dienaer brochten de spysen ter
tafele ende geduerende de drye yerste maeltyden spelde de
Stadts-speelmans gedurich over tafel ende veranderden van ynstrumenten,
allen avende tusschen acht ende negenuren worde den Coninck met
trommelen, scrameyn ende met de heel compaignie gaende elck met hunnen
vrouwe paerelyck naer huys geleydt alwaer doen ynt huys vande Coninck
een bancquet beriedt was voor de heeren. Van uyt den hoff vande Gulde
tot aen het huys vande Coninck stonden pecktonnen, al brannende die de
lieden daer geset hadden ende de compaignie worde soe dickmael
beschoncken op den wech ende meestendeel met wyn dat ontrent een ure aen
liep ier men aen het huys vanden Coninck cost geraken, ende alsoe eynde
zeer geluckelyck deser Coninck-fieste.

In Antwerpen kregen de schutters van de oude handboog op Sint Sebastiaan
volgende op hun bord: erwten, gezouten hamelvlees en
‘tweederhantgebraet’ d.i. gebraden ‘hamelen roost’ en ‘verken roost’ met
kaas. (Een hamel is een gesneden ram en roost is een gebraad)

Tijdens het zomerteren kregen deze schutters: krieken, erwten, gezouten
hamelen vlees met pasteitjes en tweederhandgebraad met zout, met daarbij
nog een halve gans en een hele hoen in elke schotel.

In Oosthoven kregen de gildebroeders schapenvlees en hoenderen. De
volgende ochtend werd er eveneens een ontbijt voorzien ”zonder corten”.

Te Keerbergen werd voorgeschreven dat de gildebroeders volgende kregen voorgeschoteld:

Soep met balletjes - Groentekrans Twee soorten vlees

Te Westerlo verzorgde de gildemoeder de maaltijd. De gildemoeder werd
verkozen door de gildezusters uit hun midden. Na de mis gingen de
gildebroeders op stap in het dorp en bezochten er de plaatselijke
brouwers om het bier te proeven. ‘s Avonds werden ze vergast op
boterhammen met kipkap.

De tweede dag, na de mis, hadden de gildebroeders visrecht op de Nete.
Een 10-tal broeders gingen in het dorp bij hun ereleden-cafe’s de
trawantel dansen, voor zover geweten de oudste nog gekende dans uit onze
gewesten, die in Westerlo in de Sint Sebastiaansgilde voor de
vergetelheid werd behoed. De gildebroeders van Westerlo werden voor deze
dans met bier en jenever betaald.

Ondertussen maakte de gildemoeder met enkele gildezusters de feestzaal klaar. Op het menu stond tot voor 25 jaar het volgende:

Soep met balletjes

Pekes (wortelen) en etjes (erwtjes) - rosbief - varkensgebraad - puree (later vervangen door kroketten)

Achteraf was er dan een heerlijk stuk taart

De derde dag van het winterteren, na de mis, mochten de gildebroeders
opnieuw vissen op de Nete. Enkele gildeleden brachten eten en bier naar
de gildeleden die wegens ziekte niet naar het teerfeest konden komen.

Daarna werd wat de vissers gevangen hadden klaargemaakt en opgegeten,
samen met de overschotten van de vorige dagen. Ook de vaten, een vat
donkere en een vat lichte, werden leeggemaakt.

Een van onze oudere gildeleden vertelde dat zij als jong meisje gingen
kijken naar de “poorders” aan de Lange Brug. De juiste toedracht waarom
de gildebroeders stopten met vissen op de Nete, een recht uit hun kaerte
van 1596, is tot heden niet gekend. Waarschijnlijk was de Nete toen al
zo sterk vervuild, door een bedrijf uit Tessenderlo, dat vissen niet
meer mogelijk was en dat men enkel nog paling kon poren. Spijtig is ook
dit is verleden tijd geworden.

De kerk en het teren in de gilden


Al dat feesten was een doorn in het oog van de kerkelijke en wereldlijke gezagdragers.

Te Westerlo plaatste de pastoor de missen voor de overleden
gildebroeders om 8 uur s’ morgens. Zo moest het teerfeest wel tijdig
afgelopen zijn. De mis was immers verplicht voor alle gildeleden. De
pastoor plaatste op Sacramentsdag de gilde vooraan in de processie en
verbood hen het gebruik van trommen en vlaggen.

In het Hertogdom Brabant werden er zelf decreten uitgevaardigd om een en
ander te regelen. Omdat de teksten te lang zijn voor publicatie kan je
deze originele teksten lezen op het onder tekst 1 NOG AAN TE VULLEN

Heel wat gebruiken die terug te vinden zijn in de gilden werden hierdoor
aan banden gelegd. Of de gilden zich hier aan hielden is een andere
kwestie en zeker niet elke geestelijke hield zich even streng aan en/of
kende al deze geboden en verboden. Wel is terug te vinden dat er niet zo
veel gildeheren (=geestelijke in de gilde) in de gilden te vinden
waren. Waarschijnlijk was hier het standpunt “wat niet weet niet deert”.

Een te strenge pastoor was zeker niet graag gezien in een gemeente wat
regelmatig tot conflicten in die gemeenschap leidde. Dikwijls was de
lokale Kerkelijke overheid zo verstandig om deze pastoors weg te
promoveren naar een of ander klooster, maar soms leidde het echter tot
processen tussen leden van de gilden en de lokale pastoor. Meestal
moesten de gildebroeders inbinden maar de pastoor zal wel niet veel
gildebroeders meer in de mis en het lof gevonden hebben, wat hij dan
zeker in zijn schaal heeft gevoeld. Deze conflicten konden wel eens lang
aanslepen. Omdat de teksten te lang zijn voor publicatie kan je deze
originele teksten lezen op het onder tekst 2 NOG AAN TE VULLEN

De gilde teert verder


Gilden teren nog steeds graag. Niettegenstaande alle wetten, decreten en
verordeningen wordt in de gilde nog steeds graag en goed geteerd. Het
zijn niet meer de oude menu’s maar onze gilden maken gebruik van
restaurateurs die lekkere maaltijden blijven opdienen. Het drinken van
alcohol is echter wel spectaculair gedaald. Waar in het begin van vorige
eeuw er voor de teerdagen enkele vaten bier geleverd werden, die in de
twee of drie teerdagen soldaat gemaakt werden, wordt hier heden ten dage
een meer gematigde houding aangenomen. In de meeste gilden kunnen de
leden op de teerdagen vrij hun drankgebruik regelen. De nieuwe wetten op
rijden onder invloed beperken toch enigszins het alcoholgebruik.

Het teren brengt de gildebroeders en -zusters samen. Samen brengen ze de
oude, maar niet verouderde mooie waarden van vriendschap en
broederlijkheid in praktijk. Samen worden er nieuwe plannen gesmeed.
Samen teren we om de goede mooie zaken uit het verleden verder te leren
aan de nieuwe leden. Vooral op teerfeesten worden de oude gildegebruiken
doorgegeven aan de jongere leden. Op een teerdag zorgen de gildeleden
samen ervoor dat oudere en zieke gildeleden ook mee feesten.

Een uitspraak van mijn grootmoeder is hier op de teerfeesten wel van
toepassing: ”Ze dronken een glas, ze pisten ne plas en ze lieten het zo
het was!”

">1

Jos Van Eyken

Gebouwd met

Drupal