Volkskunst 202509 - Editoriaal
Terug naar Volkskunst 202509
En zomeren deed het
De titel van het editoriaal in de ‘Volkskunst’ van juni 2024 was ‘en zomeren zal ‘t’. We kregen dit jaar een ideale zomer om festivals en allerlei culturele manifestaties in open lucht te organiseren. Voorspelbaar zonnig weer is een belangrijke randvoorwaarde voor volksdansavonden met heerlijk meeslepende muziek. In hoeverre zomert het in onze volksdanswereld?
Wanneer we de publieke belangstelling tijdens festivals als barometer nemen, heeft volksdans de wind in de zeilen. De groepen op het podium krijgen uitbundig applaus en mogen rekenen op actieve participatie op de dansvloer naast het podium. Dankzij talrijke helpende handen, verlopen festivals naar wens met de organiserende volkskunstgroepen als belangrijk potentieel.
Bij het publiek is de aandacht getrokken, de interesse gewekt, en dan moet die derde stap van het engagement komen. Het editoriaal van ons recent maartnummer ging over het verschil tussen gemeenschap en gezelschap. In een gezelschap zijn de eerste twee stappen een feit. Voor een gemeenschap is de derde stap onontbeerlijk. Het voorbije seizoen mochten we herhaaldelijk kindergroepen op de festivalpodia aan het werk zien. Afdelingen voor kinderen zijn een garantie voor continuïteit in de werking. Ervaring leert dat kinderen ook snel aan het werk kunnen gezet worden, naast het podium en naast de dansvloer. Ouders en grootouders sympathiseren met hun kinderen en kleinkinderen en als het even kan vergroten ze de gemeenschap door zelf een handje toe te steken en/of als gastfamilie te functioneren. Kinderen helpen dus om meerdere generaties te betrekken bij de werking van volkskunstgroepen.
Hoe zit het met volksdans in een bredere maatschappelijke context? Dans loopt als een rode draad door de geschiedenis. De titel van de jongste tentoonstelling in KADOC (Documentatie en Onderzoekscentrum voor Religie, Cultuur en Samenleving) luidt; “In vervoering: religie, dans en extase”(1).
In de aankondiging van de tentoonstelling lezen we:
… De tentoonstelling vertrekt van de vaststelling dat de dertiende-eeuwse mystieke vrouwen ‘iets’ met beweging en dans hadden en dat er een – zij het misschien bochtige – lijn te trekken valt van Christina de Wonderbare(2) en Elisabeth van Spalbeek tot Isadora Duncan en Loie Fuller, de grondleggers van de moderne dans …
Bij het volksdansen ervaren we wellicht minder extase, maar dat neemt niet weg dat de kerkelijke overheid de danspraktijk van haar gelovigen nauwlettend in de gaten hield. De Leuvense moraaltheologen Arthur Janssen en Karel Cruysberghs belichtten in talloze lezingen en publicaties het standpunt dat op het vierde provinciaal concilie van Mechelen in 1920 is vastgelegd:
…Niet alle dansen zijn oneerbaar. Maar toch plegen zij door kleding, feestelijk vertoon of aanrakingen, gevaar op te leveren voor de zuivere zeden; zij mogen dan ook, over ’t algemeen, geenszins goedgekeurd worden. Vooral de nieuwe dansen, die na de eerste wereldoorlog België bereiken, zoals de tango, zijn te mijden. Oude, onschuldige rei- en volksdansen kunnen geen kwaad.
… Oude, onschuldige rei- en volksdansen kunnen geen kwaad …
Voilà, daarmee weten we het. We krijgen een vrijgeleide als volksdansers. Of toch niet? Tijdens het interview met Zuster Jeanne Devos (kortweg Jeanne), kwamen we te weten dat de plaatselijke pastoor aan Jeanne een bewijs van goed gedrag weigerde toen ze naar het klooster wou, en dat alles omdat ze wekelijks ging dansen in volksdansgroep ‘Bevernel’(3).
Terug naar 2025. Volksdans en volksmuziek bevinden zich weliswaar niet in een hoogconjunctuur in Vlaanderen, maar blijven getuigen van het rijke Vlaamse immateriële erfgoed. Wanneer we daar vendelspel en streekdrachten aan toevoegen krijgen we een meergangen menu om duimen en vingers van af te likken. Er is een massaal aanbod van materiaal via diverse kanalen, alhoewel we moeten toegeven dat aanbod geen garantie vormt voor algemene publieke belangstelling en engagement.
De tijd van parallelle werking door verschillende federaties is voorbij. Complementariteit is in de plaats gekomen. Die complementariteit moeten we kunnen omzetten in een projectmatige aanpak, waarin het belang van de gemeenschap primeert boven dat van het individu.
Projectmatige aanpak begint met analyseren van de huidige situatie: waar bevinden we ons? Vervolgens het vastleggen van één of meerdere strategische doelstellingen: waar willen we naartoe? Tussen beide liggen de operationele doelstellingen: hoe geraken we daar? IVV, VVKB, Danspunt, de Hoge Gilderaad der Kempen, CEMPER (Centrum voor Muziek en Podiumerfgoed) en WIE (Werkplaats Immaterieel Erfgoed) werken structureel samen om het immaterieel danserfgoed te ‘borgen’ (wat UNESCO ‘safeguarding’ noemt). Materiaal wordt aangeboden via de webwinkel van IVV(4), de ‘Dansbank’ van Danspunt(5) en Dansgazet(6).
… complementariteit moeten we kunnen omzetten in een projectmatige aanpak, waarin het belang van de gemeenschap primeert boven dat van het individu …
Er is dus een groot potentieel wat volkskunst in Vlaanderen betreft. De oogst is groot, maar zijn er genoeg bereidwillige arbeiders? De voorbije zonnige zomer zorgde voor een mooie opbrengst in land- en tuinbouw. Laten we onze gedachten zetten op een deugddoende volkskunstzomer, ook al staat de winter voor de deur.
Gert Laekeman
Voorzitter IVV
1. https://kadoc.kuleuven.be/3_onderzoek/33_onzeonderzoeksoutput/tentoonst…
2. https://www.abdijvanpark.be/expo-ecstasy-orewoet#:~:text=PARCUM%20en%20…
3. Een gesprek met Jeanne Devos, de zuster met kuiltjes in haar wangen. Volkskunst 2022; 46 (3): 19-23.
4. https://webwinkel.instituutvlaamsevolkskunst.be/
5. Dansbank: https://www.dansbank.be/ (geraadpleegd op 2 juli 2025).
6. Dansgazet: https://www.dedansgazet.be/de-dansgazet (geraadpleegd op 2 juli 2025).
Terug naar Volkskunst 202509